donderdag 21 juli 2011

Haarlem


Zelf ben ik opgegroeid in de Barteljoris straat, in Haarlem. Meer binnen in de binnenstad van Haarlem kan je bijna niet wonen. Opgegroeid met toen nog de bus en ander zwaar verkeer door de straat wat het huis deed trillen. Opgegroeid met het lawaai van de evenementen op de grote markt. Opgegroeid met het slaan van de klokken van de grote kerk en het dagelijkse concert van de damiaatjes die vroeger aangaven dat de avondklok was ingegaan.


 Soms als ik weer eens  s ’avonds door Haarlem dwaal en de Damiaatjes hoor dan denk ik met weemoed terug aan die tijd dat ik nog in de stad woonde. het lawaai en de drukte, wat dat betreft ben ik nog steeds een stadsmens. Je houdt ervan of je haat het, volgens mij is er geen tussen weg. Ik zelf ben van de eerste categorie. Op de een of andere manier kan de stad bij mij geen fout doen.

Haarlem is de stad waar ik mijn eerste vriendinnetje voorzichtig een zoentje gaf. De stad waarin ik leerde fietsen, voor het eerst alleen naar school mocht lopen, eigenlijk is Haarlem de stad waarin ik alles voor het eerst deed. Het klinkt nog steeds als mijn thuis, als ik de naam hoor dan voel ik mij aangesproken. Ik baal er dan ook van dat toen mijn moeder van mij moest bevallen er schijnbaar geen plek in de Haarlemse ziekenhuizen was en zij voor de bevalling werd doorgestuurd naar Velsen. Zodoende staat er in mijn paspoort Velsen als geboorte plaats. Ondanks dat ik daar nog geen 24 uur ben geweest is dat toch de oorzaak dat ik niet kan zeggen dat ik een geboren en getogen Haarlemmer ben. En daar baal ik van.Niks ten nadeel van Velsen, maar ik heb er helemaal niks mee, ik associeer Velsen met het crematorium, de hoogovens, koude ochtenden op het voetbalveld naast de treinbaan, de Velser tunnel maar vooral met het niet hebben van het Haarlemmer schap.

Ik geen Haarlemmer? Ik, die op 7 jarige leeftijd die meneer hielp die de rode loper van de trappen van het stadhuis moest halen. Ik, die die meneer in zijn zwarte rib tenue en sigaartje na de markt  hielp de grote markt aan te vegen met zo’n van takken gemaakte bezem. Ik, die avonden lang piepschuim wormpjes met naald aan een nylon draad heb zitten rijgen zodat er feestslingers konden worden opgehangen in de Barteljorisstraat rond kerst. Ik die altijd met respect langs Juwelier Ten Boom liep nadat ik zelf ook even via die kast in die geheime achter de muur was gekropen waar in de oorlog de joden zich schuil hielden, ik, die eigenhandig stenen heb gelegd toen de Barteljorisstraat een wandel gebied werd. Ik, zou geen geboren en getogen Haarlemmer zij?. Op papier dan niet maar voor mijn gevoel zeker wel!
ICH BIN EIN HAARLEMMER !!!

Geen opmerkingen: